PILOOTproject COLLECTIE PROVINCIE ANTWERPEN

Meerjarig kunstinitiatief '(On)begane Grond'

‘Een kunstcollectie is geen verzameling objecten maar een verzameling kunstenaars.’

Nico Dockx

‘(On)begane grond’

Het voorstel voor ‘(On)begane grond’ uitgewerkt door bemiddelaar Sara Weyns en kunstenaar-curator Nico Dockx, in nauwe samenspraak met de opdrachtgevers en met theoretica Pieternel Vermoortel, krijgt richting vanuit de bouwfasen van de nieuwbouw en de beleidslijnen van het Provinciale cultuurbeleid. Het kunstinitiatief ‘(On)begane grond’ onderscheidt drie fasen van ‘landschapsontwikkeling’ (wieden, zaaien, oogsten), gekoppeld aan drie fasen van openbaarheid en is een langetermijnproject waaraan verschillende kunstenaars (zullen) deelnemen.

Eerste realisaties
Een eerste luik vond plaats naar aanleiding van de ‘eerstesteenlegging’ van het nieuwe Antwerpse Provinciehuis (in werkelijkheid werd hier niet de eerste steen gevierd maar wel het eerste raam) op 10 september 2015. Bij die gelegenheid vroeg Nico Dockx drie kunstenaars van wie werk is opgenomen in de kunstcollectie van de Provincie Anwerpen – Charif Benhelima, Joris Ghekiere en Steve Van den Bosch – om op hun beurt elk een kunstenaar uit te nodigen. Sarah De Wilde, Tomo Savić-Gecan en Helmut Stallaerts realiseerden samen met hun collega-kunstenaars en initiatiefnemer Nico Dockx een reeks werken op de funderingsmuur van de ondergrondse parking. Op 12 oktober verdwenen de creaties samen met de fundering onder de grond. Ze worden begraven als ‘archeologische vondsten voor de toekomst’, aldus Nico Dockx. De werken zijn wél uitgebreid gedocumenteerd en worden opgenomen in de kunstwerkencatalogus van de Provincie Antwerpen.

Posterproject als reflectief spoor

Parallel daaraan wordt er bovendien gekozen voor een seriële publicatie, waarin Pieternel Vermoortel in woord en beeld reflecteert op de verschillende ‘testmomenten’ in het traject van Nico Dockx. En met deze publicatie komt ook een ander onderzoekscriterium van dit kunstproject scherper in beeld: het publiek waarvoor dit alles betekenis moet hebben. Door gelijktijdig als poster te worden verspreid in de publieke ruimte (in zowel het straatbeeld als bij culturele instellingen in Vlaanderen) én te verschijnen op het intranet van de provinciemedewerkers, worden de onderzoeksvragen en tussentijdse bevindingen voorgelegd aan enerzijds de directe betrokkenen (ambtenaren, in het Engels treffend public servants genoemd) en anderzijds de burger waarvoor al deze publieke dienaren dagelijks aan de slag gaan. Het is een tweede manier om tot antwoorden te komen op de onderzoeksvragen, en het begrip openbaarheid als een maatschappelijke verantwoordelijkheid in te vullen.

Opdrachtgever: Provincie Antwerpen

projectteam

Walter Rycquart, departementshoofd Cultuur
Marcel De Cock, diensthoofd Bibliotheken en Kunsten
Bob Daems, adviseur Beeldende Kunst

Daniël Verheyen, programmamanager nieuw Provinciehuis, Stafdienst Logistiek
Lisa Wauters, secretariaat Stafdienst Logistiek

pilootkarakter

‘Case’ in een debat omtrent publieke ontsluiting en waardering van publieke collecties; onderzoek van de rol van kunst, niet als resultaat maar als aanjager van collectiebeleid.

De vraag die in dit pilootproject aan de orde is, houdt verband met de Provinciale kunstcollectie in zoverre deze ook de representatie is van het publiek domein waar deze publieke overheid zich kenbaar maakt. Met het besluit van de Vlaamse Regering om de bevoegdheid Cultuur van de provincies te schrappen en het verder inkrimpen van de fysieke openbare ruimte waarover deze overheid kan beschikken, handelt het zoeken van een bestemming voor deze Provinciale kunstcollectie meer dan ooit over de culturele waarde en betekenis van het publieke domein voor deze opdrachtgever. Dit vraagt om een verschuiving van de focus van dit pilootproject naar de kwalificatie van ‘het publieke’, eerder dan de heterogene Provinciale kunstverzameling zelf. Met ‘openbaarheid’ als aanleiding voor een nieuwe kunstopdracht verruimt het ambitiekader van het kunstproject. Het ontwikkelen van een visie die de representatieve functie en publieke functie, en de ontsluiting en visibiliteit van een heterogene kunstcollectie bevraagt en herformuleert, wordt daarbij de uitdaging voor een artistiek project.

kunstbudget

€ 160.000 (€ 120.000 opdrachtgever + € 40.000 Pilootprojecten)

opdrachtsituatie

Aanleiding voor deelname aan traject

De Provincie Antwerpen bouwt in hartje Antwerpen een nieuw Provinciehuis naar een ontwerp van Xaveer De Geyter Architects, opgevat als paviljoen in een nieuw park met publiek karakter. De bouw van het nieuwe Antwerpse Provinciehuis inspireerde de dienst Cultuur om deze ‘klassieke’
aanleiding voor een nieuwe kunstopdracht te koppelen aan de vraag welke bestaande of nieuwe kunstwerken uit de provinciale kunstcollectie in het gebouw of in de onmiddellijke omgeving worden geïntegreerd. Het aankoopbudget werd de afgelopen jaren ‘opgespaard’ om ruimte te maken voor de creatie van een nieuwe buitensculptuur en de herintegratie van bestaande kunstwerken uit de collectie.

Opdrachtsituatie

Met de sloop van het oude gebouw van de centrale administratie is een groot deel van de kunstcollectie zijn vertrouwde habitat kwijt, terwijl er niet meteen duidelijkheid is over een nieuw onderkomen. In de getorste toren van het nieuwe Provinciehuis mag de bovenste verdieping dan wel voorbehouden zijn als expositieruimte, ze wordt niet de bestemming van de volledige collectie met een kleine 2.500 objecten (schilderijen, beeldhouwwerken, textiel, grafiek en geïntegreerde kunstwerken) die vooral de voorbije vier decennia zijn verzameld door deze publieke overheid. De
reeds bestaande maar beperkte kunstcollectie werd sinds het begin van de jaren 1970 systematisch uitgebouwd vanuit een drievoudige doelstelling: verfraaiing van het Provinciehuis, een representatief beeld schetsen van de kunstproductie in de Provincie Antwerpen en hierdoor de plaatselijke kunstenaars steunen. Het cultuurbeleid van de Provincie anno 2014 ambieert de publieke ontsluiting van de kunstcollectie via een programma van tentoonstellingen en bruiklenen. De opdrachtgever
hoopt dat deze kunstopdracht inspiratie kan leveren bij het maken van keuzes in het belang van deze heterogene collectie, wetende dat het nieuwe gebouw en zijn omgeving niet geschikt zijn voor de presentatie ervan.

Begeleiding

Sara Weyns (Middelheimmuseum Antwerpen), bemiddelaar

Nico Dockx, kunstenaar-curator

Pieternel Vermoortel, reflectie 

 

Bijzondere procedure

De begeleiding van de kunstopdracht is sinds januari 2015 in handen van Sara Weyns (Middelheimmuseum Antwerpen). Dit is het resultaat van een afwijkende (gefaseerde) procedure waartoe de stuurgroep en opdrachtgever zich genoopt zagen door het besluit van de Vlaamse Regering. Na evaluatie van de gewijzigde context en na overleg met de opdrachtgever over zijn engagement, adviseert de stuurgroep in oktober 2014 een nieuwe procedure. Opdrachtgever en stuurgroep verlaten definitief het eerdere visietraject om de opdracht zo snel mogelijk in handen te geven van een kunstenaar. In die nieuwe procedure maakt de stuurgroep in oktober een opdrachtformulering op en bereidt ze de keuze van een artistiek deskundige voor. Drie deskundigen worden in december 2015 gebriefd over de stand van zaken en gevraagd hun aanpak toe te lichten. In januari 2015 kiest de opdrachtgever voor Sara Weyns als bemiddelaar en vraagt haar een plan van aanpak voor de kunstenaarsselectie uit te werken. De stuurgroep doet haar de suggestie om ook de andere kandidaat-deskundigen (Nico Dockx en Pieternel Vermoortel) hierbij te betrekken omwille van hun complementaire visies en aanpak. Sara Weyns (Middelheimmuseum Antwerpen) neemt zo de rol op van bemiddelaar naast kunstenaar-curator Nico Dockx en ontwikkelt samen met hem een meerlagige en gefaseerde aanpak in het voorstel ‘(On)begane grond’.

"De collectie als zelfportret. De collectie – als beeld bij en/of van die evolutie – toont de politieke en publieke verantwoordelijkheid van de overheidsinstelling. Deze heeft een openbaar statuut, dat wil zeggen dat gecollectioneerd wordt met een publiek voor ogen. Een collectie is in dit opzicht een collectie van beslissingen van een organisatie en bijgevolg ook de weerspiegeling van een culturele beeldtaal of een politieke oriëntatie. Hoe de beslissingen werden genomen, hoe deze beslissingen zich verhouden ten opzichte van het beeld dat de organisatie of bestuurlijke instelling van zichzelf heeft, komen we via de collectie te weten. We kunnen aan de collectie en haar structuur met andere woorden aflezen hoe een openbare instelling over zichzelf denkt en welke publieke verantwoordelijkheden ze opneemt met betrekking tot identiteitsvorming, representatie en geschiedschrijving."

 

uit "Een kunstcollectie, een hybride vorm, een identiteit"

Reflectietekst van Pieternel Vermoortel in de publicatie over de pilootprojecten 'Meer dan object'.

3-koppige begeleiding

Sara Weyns over de samenstelling van het begeleidend team van 'bemiddelaars:

"Drie ‘curatoren’ (onder wie ikzelf) met uiteenlopend profiel werden uitgenodigd om toe te lichten hoe zij als artistiek adviseur de opdracht zouden benaderen. Pieternel Vermoortel bekeek de vraag als curator en theoretica: welke filosofische of conceptuele vlotters kunnen bij elkaar worden gebracht voor een overheidscollectie die straks zonder overheid dreigt te komen zitten, en voor een verzamelbeleid met lokale verankering waarvan (nog) niet duidelijk is of en in welke vorm ze een openbaar karakter kan behouden of krijgen? Kunstenaar Nico Dockx ging aan tafel zitten als bruggenbouwer en als ‘instigator’ van contacten met andere kunstenaars: door de collectie te benaderen als een groep mensen eerder dan een verzameling objecten, en door het bouwproces te beschouwen als een opeenvolging van beschikbare ruimtes. En voor het Middelheimmuseum bood dit pilootproject een veelbelovende want atypische casestudie rond kunst in de publieke ruimte, een materie waarrond het museum – vaak in functie van beleidsvorming – een voortdurend onderzoek voert aan de hand van tentoonstellingsprojecten, adviescommissies en een omvangrijke opdracht
aangaande behoud en beheer van artistiek erfgoed in de stad Antwerpen. Een atypische casestudie niet alleen omwille van de weinig voor de hand liggende openbare status van de collectie, maar ook omdat hier de mogelijkheid ontstond om als bemiddelaar het onderzoek te voeren in of door de kunsten.

"In verband met de toekomst van de kunstcollectie van de Provincie is er nog geen oplossing, maar het feit dat we de vraag hebben kunnen opwerpen en dat er op een gefundeerde manier mee wordt omgegaan, is een pluspunt. We willen niet dat de collectie gedegradeerd wordt tot een logistiek probleem door een bestuur dat er niet meer voor bevoegd is. Onze zorg is dat het beheer kan worden overgedragen aan een andere instantie. Het is een collectie die voor een deel museale waarde heeft."  

Projectleider Marcel De Cock in een interview met de opdrachtgevers voor de publicatie over de pilootprojecten 'Meer dan object'.

Please reload